H14: Moet je er van zuchten
Lieve mensen, heel erg welkom bij Geloofswoorden voor Onderweg.
Vandaag gaat het over het zuchten. De hele wereld zucht. Zucht naar verlossing, naar bevrijding. Maar het is wonderlijk, dat terwijl we weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten.
“Wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan.”
Mooi gezegd dit woord Van Paulus. Mooi gezegd.
Vooral als je zelf een periode doormaakt dat je eigenlijk denkt: Ja, ook ik zucht. Ik zucht bij mezelf. Het gaat niet helemaal zoals het moet. Of ik heb een periode het erg druk met het verwerken van dingen die misschien niet goed zijn gegaan. Zuchten.
Zuchten betekent niet dat je het hebt opgegeven. Zuchten betekent ook niet dat je denkt dat je je de strijd verloren hebt. Je kunt zuchten en tegelijk hoop hoop hebben. Dat lees ik ook in stukje van Paulus, in (Romeinen 8:22-26). We hebben hoop en wij zien uit naar verlossing, naar bevrijding, naar hetgeen ons beloofd is. Maar onderweg ernaartoe is ‘zuchten’ deel van de schepping die God niet kent, maar ook deel van de schepping die God wel heeft leren kennen.
Zuchten hoort er eigenlijk gewoon bij. Bij geloven, bij vertrouwen, bij het wandelen met de Here Jezus. Dat geeft een andere kijk op ‘zuchten’ als je het moeilijk hebt.
Ik kwam bij dit gedeelte uit omdat ik bezig ben met werken met aan een boek. Het veertigste boek. Mijn zoon Tiago is ook veertig jaar geworden. Veertig en toen werd hij thuis geroepen bij de Heer.
Veertig is bijzonder getal. Het doet mij denken aan veertig dagen van Jezus in de woestijn, veertig jaar trok Israël door de woestijn, voordat God hen het beloofde land kon geven.
En er waren zuchten, zuchten.
Zuchten betekent niet: ‘Ik heb het opgegeven. Zuchten moet je niet te snel of liever helemaal niet associëren met depressie.
Zuchten betekent ook niet: Ik heb aandacht nodig.
Zuchten is bij jezelf weten, erkennen: Wat is dit moeilijk. Waar ik nu doorheen ga vind ik echt moeilijk. Dat zuchten kwam bij me boven, omdat ik schrijf over de ziekte en het sterven van onze zoon.
Het verdriet komt soms zo dicht bij. Dat mag gebeuren, Als verdriet aan het licht komt, kan er troost bij komen. Ik sta stil bij hoe kostbaar onze zoon Tiago was. En hoe we gestreden hebben voor goede zorg voor hem.
Hoe die strijd gecombineerd werd met gebed tot God.
Zuchten die leidt naar ‘opzien naar boven, daar ik Jezus verwacht’.
Verwachten dat Hij gaat helpen in deze moeilijke situatie.
En Hij deed het, ja Hij deed het.
En ik denk dat dat iets is wat je. Als je het moeilijk hebt, heel erg vast moet houden. Er komt een moment dat jij het ook kan zeggen. Hij deed het. Hij hoorde naar mij. Hij bouwde al die zuchten om in een hartelijke lofprijs voor onze God.
Moet je dan altijd blij zijn? Moet je altijd sterk zijn, altijd op de bergtop staan en alles in het leven aankunnen? Moet je het grootste geloof van de wereld hebben? Al denk je dat alles hebt, maar je hebt de liefde niet... dan baat het niets.
Laten we maar reikhalzend verlangen. Daar heeft Paulus het hier over. Verlangen omdat er nog iets te verwachten valt. Wij hebben een reikhalzend verlangen dat juist iets doet op het moment dat het ons tegenzit. Ontken je zuchten niet, maar zucht in de tegenwoordigheid van je Hemelse Heer.
Ik lees nog even verder in dit gedeelte van Paulus: ‘... Wij weten dat de hele schepping nog altijd in al zijn barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting’. Daar heb je dat woord ‘verwachting’, ‘afwachting van de openbaring dat wij de kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan.
Hoe vol van God je ook mag zijn, hoe groot ook je geloof en vertrouwen, hier leven wij het sterfelijke bestaan. ‘Maar in deze hoop...’ dus wat ik net heb voorgelezen,
‘... zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien of al heeft?
(Daar moet je eens over nadenken). Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. De Geest, de Heilige Geest, helpt ons in onze zwakheid. We weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen. Maar de Geest zelf pleit voor ons met woordeloze zuchten.
Lieve mensen, zelfs de Heilige Geest weet wat zuchten is.
Hiermee wil ik je bemoedigen: Geef het niet op als het je moeilijk wordt gemaakt. Als het zwaar wordt. Als je onderweg bent. Hou je doop vast, want hoop maakt levend. Heilig het in je hart, als een kostbare parel. Want hieruit zijn de oorsprongen des levens. Mag God je zegenen, tot de volgende keer.
Gerry Velema
Reactie plaatsen
Reacties